Inspiratie

Falend toezicht – De Casus WireCard

Het Financieele Dagblad, 16 februari 2021, toont een pittige kop in de ‘Toezicht’sectie: ‘Duitsland staat door WireCard te boek als bananenrepubliek’. Door de parlementaire enquête naar het faillissement van Duitse betaalbedrijf WireCard, dat de geschiedenis in gaat als het grootste boekhoudschandaal sinds de Enron-affaire, komen veel nieuwe en pijnlijke feiten boven tafel.

Op 3 februari jongstleden publiceerde Het Financieele Dagblad al een ingezonden brief van Paul Koster, de voorzitter van de VEB, naar aanleiding van deze zaak over de erosie van vertrouwen in de rol van de accountant. Reden voor Hemingway Professional Governance om Paul Koster uit te nodigen voor een online bijeenkomst van toezichthouders Goedemorgen Commissaris om te bespreken wat er mis ging in Duitsland en welke lering wij hieruit kunnen trekken voor het toezicht in Nederland.

De casus WireCard

Paul licht kort de achtergrond toe: WireCard is in 2005 gestart en is door zo’n vijftig acquisities in de daarop volgende jaren uitgegroeid tot de meest succesvolle fintech onderneming in Duitsland. Op het hoogtepunt was zij €24 miljard waard en de resultaten waren lange tijd goed. Echter, mede door de vele acquisities raakte Wirecard de grip op haar groei kwijt en werden de resultaten mooier voorgesteld dan ze in werkelijkheid waren. Dat, in combinatie met de onbegrijpelijke lobby van de Duitse overheid voor het bedrijf, zorgde voor vertrouwen bij de beleggers, ondanks enkele gevoelige activiteiten in de adult- en gaming industrie en toenemende berichtgeving in de financiële pers over mogelijke onregelmatigheden. Toen duidelijk begon te worden dat er iets niet klopte, heeft de organisatie de neergang in eerste instantie in de kiem proberen te smoren, door medewerkers die uit de school wilden klappen met ontslag te dreigen, of rechtszaken tegen hen aan te spannen, en short-selling in het aandeel te verbieden. Het mocht niet baten; er kwamen steeds meer malversaties aan het licht, tot de vrije val van de koers in de zomer van 2020 het uiteindelijke faillissement inleidde.

Waar waren de toezichthouders in deze zaak? Het toezicht is in Duitsland minder streng gereguleerd dan in Nederland. Er was sprake van een RvC, die vrijwel onzichtbaar is geweest of in ieder geval geen partij bood tegen de CEO, die de RvB domineerde en voor de onveilige cultuur zorgde. De externe accountant EY is zaken tegengekomen, die niet klopten, maar heeft daarop niet ver genoeg doorgevraagd of er duidelijk melding van gemaakt. Tijdens de parlementaire enquête probeerde zij zich te verschuilen achter beroepsgeheim. Dan is er nog de FREP (Financial Reporting Enforcement Panel), een institutionele auditcommissie die de verslaglegging van beursgenoteerde Duitse ondernemingen controleert en de Bafin, de Duitse toezichthouder voor de financiële markten. Beide partijen hebben gefaald door niet adequaat op te treden. Bij deze partijen speelden ook nog eens belangenconflicten, handel met voorkennis en het overtreden van gedragsregels door hooggeplaatste ambtenaren een rol.

Ook anderszins betrokken partijen, waarvan je had mogen verwachten dat zij zouden ingrijpen bij een partij die zo onder vuur ligt als WireCard -al was het maar om hun eigen belangen te beschermen- zoals banken, waaronder Nederlandse grootbanken, die uiteindelijk hoge leningen hebben moeten afschrijven, hebben niet tijdig aan de bel getrokken. Kortom, alles wat er mis kon gaan, ging mis.

Toezicht in Nederland

AFM

De AFM combineert toezicht op accountants en op de financiële markten onder één dak en beleggen is medewerkers sowieso verboden, zodat de kans op belangenverstrengeling wordt uitgesloten.

Raad van Commissarissen

De eigen RvC is in eerste instantie het aangewezen orgaan waar het toezicht plaats moet vinden. Belangrijk is dus dat wordt nagegaan of die toegerust is voor haar taak. Zijn toezichthouders, die misschien al jaren meelopen, voldoende bekend met nieuwe businessactiviteiten? Snappen ze de technologie die het mogelijk maakt? Beschikken zij over voldoende kennis en autoriteit om actief en adequaat toezicht te kunnen houden? Kijk als toezichthouder eens naar jezelf en naar je mederaadsleden. De wereld om je heen en de technologie verandert zo snel. Weten jullie nog precies wat er speelt? Begrijpen jullie de activiteiten en de processen en zijn jullie een match voor de RvB? In de praktijk heerst schroom om dit onderwerp openlijk te bespreken.

Paul introduceert de term ‘culture of challenge’ voor accountantskantoren, maar ook voor individuele toezichthouders. Ga je als toezichthouder de uitdaging aan om door te vragen tot je het naadje van de kous weet, tot je precies begrijpt wat er gebeurt, waar het om draait en wat er op de werkvloer speelt? Durf je scherp te navigeren en ook als het ongemakkelijk wordt, door te vragen? Daarnaast zul je zelf op de werkvloer moeten gaan kijken. Als je er niet fysiek hebt rondgelopen, kun je de sfeer binnen de organisatie niet echt aanvoelen. Als er spanning heerst, voel je dat beslist. En -het is al vaker ter sprake gekomen- als je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt, is dat meestal inderdaad het geval, dus blíjf doorvragen!

Auditcommissie

Daarnaast bestaat de mogelijkheid een auditcommissie in te stellen. Deze bestaat vaak uit leden van de RvC en heeft een adviesfunctie naar de RvC. Regelmatig komt het voor dat de voorzitter van de auditcommissie tevens de voorzitter van de RvC is en dat er wordt gekeken naar de gebruikelijke sjablonen en het risicobeheersingssysteem. De commissie is klaar, zodra ze zich daar comfortabel bij voelt. Paul vindt deze rol van de auditcommissie te beperkt en is daarnaast van mening dat het voorzitterschap van de RvC niet verenigbaar is met een rol in de audit committee. Een auditcommissie moet veel zelfstandiger kunnen opereren en scherp op inhoud kunnen communiceren met de accountant.

Externe accountant

En dan last, but zeker not least: Wat kunnen en mogen we verwachten van de accountants? Wat betekent dit verwachtingspatroon voor de interne toezichthouders? En hoe staat de externe toezichthouder hierin?

Gebeurtenissen als deze schaden het vertrouwen in de onafhankelijke accountantscontrole die essentieel is voor het functioneren van de markt. In het geval van WireCard vindt Paul het onbegrijpelijk dat EY geen extra controlestappen heeft ingebouwd voor een beursgenoteerde onderneming en suggereert dat accountskantoren onder andere een extra stappenplan zouden moeten optuigen voor IPO-klanten om het vertrouwen te herstellen.

Alles in aanmerking genomen verwacht Paul Koster niet dat zo’n situatie snel in Nederland zou kunnen plaatsvinden.