Inspiratie

Jongste en oudste actieve commissaris met elkaar in gesprek

OVER NIEUWE PARADIGMA’S, HET NUT VAN ERVARING EN VERNIEUWING

Verslag Goedemorgen Commissaris dd 29/9/2021

De laatste 2 à 3 jaar is er steeds meer aandacht voor de jongere generatie als lid van een Raad van Commissarissen. Afgelopen woensdagochtend deelden de oudste actieve commissaris van Nederland, Willem Stevens (83) en de jongste, Jelle Pol (30) hun ervaringen en verwachtingen ten aanzien van het functioneren van een RvC.

Willem Stevens is zijn carrière gestart als inspecteur bij de Belastingdienst, overgestapt naar het advocaten- en belastingadvieskantoor Caron & Stevens, dat later fuseerde met Baker & McKenzie. Willem is daar lid van de Global Board geweest en is daarnaast gedurende 12 jaar als lid van de Eerste Kamer actief geweest. Hij heeft de afgelopen 50 jaar vele commissariaten vervuld, onder meer bij AEGON, NIB Capital, Holland Casino, Schiphol en De Nederlandse Loterij. Willem is nu nog commissaris bij AZL nv, een grote pensioenuitvoerder in het zuiden des lands.

HET BELANG VAN HET HOREN VAN DE INTERNE STEM

Voor Willem Stevens is het ten eerste het meest relevant om ‘de stem’ van de jonge generatie te horen. Dit betekent allereerst hun kennis en expertise daar waar het gaat om innovatie, digitalisering; Willem noemt dit de externe stem. Ook is het belangrijk te weten hoe de jongere generatie in elkaar zit, hoe kijken ze aan tegen interne verhoudingen; dit noem ik de interne stem.

Ten tweede moet zijns inziens de jonge commissaris bereid zijn om de Raad en de Board uit te dagen. Ook als jonge commissaris moet je juist durven praten én vragen binnen een RvC. Voor die ruimte moet de voorzitter wel zorgdragen.

Ten derde verwacht Willem ook van de jonge commissaris een helicopterview, of in elk geval op z’n minst in de basis belangstelling voor een bredere visie en context van de betreffende onderneming en sector. Je treedt, ook als jongere commissaris, niet op als adviseur van de onderneming, maar je wordt wel verwacht je visie te geven en positief kritisch te zijn.

Ten vierde vindt Willem een evenwichtige samenstelling van een RvC erg belangrijk. Evenwichtig betekent in dit verband een mooie, complementaire combinatie van jong, oud, man, vrouw, multicultureel.

ALS JONGE COMMISSARIS WORDT VAN JE VERWACHT DAT JE JE VISIE GEEFT

Jelle Pol acteert al enige jaren op het snijvlak van nieuwe technologie en management. Hij is gestart bij Mendix, gevolgd door een positie bij Shell waar hij een blockchain team heeft opgezet en een IT-platform voor offshore windparken. Daarna heeft Jelle een eigen consultancy opgezet om hightechbedrijven (crypto currencies, blockchain, etc.) op weg te helpen bij de opstart van hun activiteiten in aanloop naar een mogelijke beursgang. Op dit moment is hij commissaris bij NPEX.

Jelle geeft aan dat hij (en liefst elke jonge commissaris) ten eerste expertise brengt op het terrein van IT en digitalisering. Hij brengt actuele praktijkervaring binnen in de RvC en daarmee de externe stem van de jonge generatie, zoals hierboven geschetst door Willem Stevens. Daarnaast vertegenwoordigt hij de jongere generatie meer algemeen (de interne stem). Zo was hij recent betrokken bij het selectieproces van een nieuw lid van de RvB en sprak hij met kandidaten van een andere, oudere generatie. Het is interessant om te merken wat dat doet met de gesprekspartners en met de referenten die hij heeft gecontacteerd.

DE JONGE COMMISSARIS IS MEER DAN EEN JONGE HOND EN BRENGT EEN ANDER GELUID

Jelle verwacht binnen een RvC van de oudere leden dat zij (i) eigentijdse zaken zoals IT of digitalisering niet afschuiven op de jongere commissaris, (ii) de moeite nemen om de jongere commissaris bloot te stellen aan externe stakeholders, zoals aandeelhouders en Board en (iii) sessies opzetten waarbij de jongere commissaris kan leren van de ervaring van ouderen.

DE COMMISSARISSEN ALS ‘TERUGKERENDE BEESTJES’

Willem stelt de vraag hoe vanzelfsprekend het is dat je een commissariaat laat opvolgen door een volgend commissariaat (‘terugkerende beestjes’). Het voordeel van een ervaren commissaris is in zijn ogen evident; de ervaring die je opdoet kun je immers steeds weer toepassen. De valkuilen op het pad van een commissaris zijn divers en levensgroot, de toezichtwereld beschrijft hij als een mijnenveld. Meer ervaring geeft meer inzicht en behoedt je voor in de val te lopen. De belangrijkste eigenschap van een commissaris is dat je onafhankelijk bent. Daarmee word je gerespecteerd door de directie.

Ook geeft Willem aan dat de rol van de president-commissaris essentieel is; in welke mate weet de voorzitter het team bij elkaar te brengen, af te stemmen hoe de RvC zich opstelt richting RvB. De persoon van voorzitter dient wat hem betreft een sterke persoon te zijn, die wanneer nodig stevig kan acteren richting RvB en rust kan geven aan de aandeelhouder(s) dat het toezicht in goede handen is.

Jelle geeft aan dat, wat hem betreft, het behoeden van de organisatie waar risico’s zitten een belangrijk en voorgeschreven taak is van een RvC. Hij benadrukt daarenboven dat er ruimte moet zijn voor de jonge commissaris om juist waarde toe te voegen met het geven van inzichten, zodat ‘ballen rollen over nieuwe paden’. Hiervoor is nodig dat je commissaris moet worden wanneer je dat leuk vindt, en niet om status of uit gewoonte. Willem Stevens vult aan dat vandaag de dag het commissariaat zeer in de belangstelling staat, maar dat het wel zaak is dat mensen begrijpen waar ze aan beginnen en het echt leuk vinden en zich realiseren welke verantwoordelijkheden daarbij horen.

INZICHTEN INBRENGEN, ZODAT ‘BALLEN ROLLEN OVER NIEUWE PADEN’

De vraag komt aan de orde hoe je als RvC goed aangesloten blijft bij de onderneming. Volgens Jelle is het niet mogelijk om voor elk afzonderlijk issue dat opkomt een aparte portefeuille te vormen binnen een RvC. Willem vult aan dat wat hem betreft 2 portefeuilles standaard in een RvC vertegenwoordigd moeten zijn; de financiële portefeuille en één commissaris die het bedrijf, het product en de sector écht goed kent. Ook dient de raad een lid te hebben dat het terrein van innovatie en digitalisering beheerst en overziet, maar deze mag nooit als adviseur van de onderneming optreden.

Jelle en Willem delen dus de mening dat de RvC vooral zo opgebouwd dient te zijn dat de commissarissen ieder hun eigen, complementaire waarde hebben op basis van persoonlijke eigenschappen en vaardigheden en goed in staat moeten zijn om met een helicopterview het speelveld te overzien. Een RvC die louter is samengesteld uit one-trick-pony’s volstaat niet. Beide commissarissen onderkennen de noodzaak dat de RvC zich bij de werving van een nieuwe commissaris, juist op deze persoonlijke eigenschappen goed laat adviseren door een gespecialiseerd bureau.

PERSOONLIJKE EIGENSCHAPPEN WORDEN STEEDS BELANGRIJKER BIJ DE SAMENSTELLING

Tot slot kwam aan de orde hoe een commissaris, meer in het bijzonder een jonge commissaris, het respect krijgt en verdient van de overige commissarissen en andere stakeholders, zoals de RvB en aandeelhouders. Jelle gaf hierbij aan dat hij het belangrijk vindt dat de jonge commissaris niet terughoudend is en zelf de ruimte neemt wanneer een onderwerp ter tafel komt wat op zijn of haar specialistische terrein ligt. De meer ervaren commissarissen moeten dat dan ook serieus nemen. Nog beter is wanneer in het voorkomende geval de president-commissaris de jongere commissaris openlijk uitnodigt en openbaar in zijn of haar kracht zet. Dat dwingt respect af en zet de toon voor toekomstige discussies. Jelle noemt dit ‘tactisch mentorship’.

DE VOORZITTER MOET DE JONGE COMMISSARIS IN ZIJN/HAAR KRACHT ZETTEN

Moderator Maarten den Ottolander merkt hierbij op dat de geschiedenis leert dat we eigenlijk elke keer hier tegenaan lopen, wanneer een nieuwe wind door RvC-land waait; meer vrouwelijke commissarissen, meer commissarissen met een duurzaamheidsexpertise, met een digitaal profiel of met een multiculturele culturele achtergrond; en nu dus meer jonge commissarissen. Dit vraagt niet alleen om beschikbaar talent, maar ook om een positieve grondhouding van de zittende commissarissen naar nieuw talent; een open mind en acceptatie dat ervaring waarvoor je als toezichthouder ooit gevraagd bent in rap tempo minder relevant kan worden.

Conclusie: Jong en oud kan elkaar actueel houden.